dinsdag 31 mei 2011

Kinderen halen geen onvoldoendes.

Mijn eerste blog, spannend en vooral experimenteren. Met een zinvol onderwerp, dat wel.

Ik kreeg een twitterbericht van Hester Ijsseling; benieuwd naar mijn mening over resultaatdenken.
Hmm heb ik daar een gefundeerde mening over vroeg ik me af? Natuurlijk heb ik een mening. Interessant genoeg voor anderen? Keuze of iemand dit leest ligt bij de lezer dacht ik toen en begon maar eens met schrijven.


Basis voor beter presteren, zoals gewoonlijk een plan. Onderwijs hangt namelijk aan elkaar van plannen. Ik hou van de dynamische wereld van het onderwijs. Zeker als deze zowel bottom-up als top-down onstaan vanuit behoefte, vanuit de gedachte: we willen verbeteren wat nu al goed is.

Wat maakt het Cito, of toetsen in het algemeen, zo heilig? Het ministerie, de inspectie, het vervolgonderwijs? Waar draait het eigenlijk om?
Als je de ontwikkeling van een kind wilt volgen kan het toch geen onvoldoende halen? Dan geeft een rapportage, in welke vorm dan ook, aan waar een kind op dat moment staat in zijn of haar ontwikkeling.
Een kind bestaat niet uit cijfers of grafieken. Een kind wil van nature leren. Leerkrachten begeleiden de leerlingen hierin om het beste uit zichzelf te halen.

Wat heeft een kind nodig om zichzelf te ontwikkelen?
Ik heb geen vaste theorie, ik heb een geloof. Ik geloof namelijk dat kinderen mogen groeien.
Dat we ze mogen helpen in de voorbereiding op de steeds sneller veranderende wereld. Ik geloof in eigenaarschap en leerkrachten die goede vragen stellen om het kind verder te laten nadenken, verdiepen.


Maar ja, je hebt wel scores, minimumdoelen, methodes. Hoe houd je het een en ander in balans?
Veel mensen hebben baat bij een overzicht. Een bepaalde structuur. Als dit kader duidelijk is kunnen zij gemakkelijker loslaten. En daar gaat het nu net om: loslaten!
Elke vorm van onderwijs heeft doelen nodig. Maar hoe gebruik je die doelen?
Een mooi voorbeeld is het boek van Marielle van der Stap : Van kerndoel tot leerlijn. Daar waar de kerndoelen verdwalen in containerbegrippen geeft dit boek richtlijnen voor het formuleren van didactische doelen. Klinkt dit eng? Welnee, het gaat erom hoe je deze richtlijnen gebruikt.

Een helder overzicht van wat je aan bod zou kunnen laten komen in een schooljaar ( ja we werken nog even met jaarklassensysteem, realiteit en ideaalbeeld hoeven elkaar niet te bijten ).
En nu komt het mooie deel: of je nu thematisch werkt, projectmatig of, zoals ik graag mag doen, improviserend onderwijs maakt, je gaat uit van het kind. Je geeft samen met de leerlingen invulling vanuit de belevingswereld van het kind. En je kijkt gaandeweg welke doelen je daarmee kunt bereiken. Zo voldoe je aan de eis om aanbod te generen maar wel vraaggestuurd.
Moeilijk? Nee hoor, denk aan de eenvoudigste voorbeelden die we allemaal kennen:
Een kastanjeboom voor je klas? Leuk voor zowel biologieles als rekenen met kastanjes!
Verkeersles vanuit een stimulerende factor: multimedia in balans met het lopen van een route waarin de belangrijke verkeersborden uit de buurt besproken kunnen worden.Praktijk en de leefwereld van de kinderen.
                                                                                   ( plaatje:http://tuinparklandschap.punt.nl/ )
Tijdrovend? Welnee, effectief en stimulerend want: vanuit de kinderen en hun wereld, virtueel of irl ( in real life ).
En de kinderen? Die hebben er #zinin!